Jeroen Krabbé reist in het spoor van Picasso naar Mougins en Vauvenargues.

In 1953 begint Picasso een relatie met de 46-jaar jongere Jacqueline Roque, met wie hij in 1961 trouwt. Ze vestigen zich in eerste instantie in Cannes, maar vanwege de niet aflatende stroom bezoekers, verhuize ze uiteindelijk naar Mougins. Hier trekt Picasso zich terug in zijn studio waar hij werkt alsof de dood hem op de hielen zit. Jacqueline bewaakt het fort en het ene na het andere contact met de buitenwereld wordt verbroken. Aan het einde van zijn leven gaat Picasso in zijn werk het gevecht aan met grootheden als Rembrandt, Velazquez en Manet. Ook Jacqueline is in de werken te herkennen, waarin het gaat over zijn sterfelijkheid, zijn Spaanse identiteit, het isolement waarin hij is terechtgekomen en de zoektocht naar zijn plek in de kunstgeschiedenis. In 1973 sterft Picasso in Mougins. Hij wordt vrijwel zonder aanwezigen begraven in Vauvenargues. In 1985 opent het Picasso Museum in Parijs. Jeroen Krabbé reist in het spoor van Picasso naar Mougins en Vauvenargues.